Fa. Jonker Terwispel 50 Jaar

29 december 2006

TERWISPEL – Ruim vijftig jaar geleden stond Jan Jonker aan de basis van Loonbedrijf Jonker uit Terwispel. In die afgelopen periode is het bedrijf, oorspronkelijk begonnen als foeragehandel, gaandeweg uitgegroeid tot een veelzijdige onderneming die veel meer doet dan alleen maar boerenwerk. Inmiddels zwaait zoon Sytze er al weer een aantal jaren de scepter. En is ook de derde generatie ondertussen voorzichtig in beeld.

“Het onmogelijke wordt direct gedaan. Wonderen duren iets langer. In noodgevallen wordt getoverd.” Deze woorden kunnen worden waargenomen bij het binnentreden van het bedrijfspand. “Moai net?” lacht Sytze Jonker (46). “Dat hat ien fan’e jonges hjir in kear betocht.” Maar Jonker vindt het wel passen bij zijn bedrijf.  “Wy hâlde wol fan in útdaging,” vult vader Jan Jonker (74) aan. Ruim vijftig jaar geleden stond hij aan de basis van wat nu Loonbedrijf Jonker is. “Ik wie boeresoan, mar ik woe gjin boer wurde.” Aangestoken door echtgenote Anneke Bok, afkomstig uit een echt handelarengeslacht, ging Jonker als jonge ondernemer in de vrije foeragehandel aan de slag. Hij nam een zaak aan de Compagnonsvaart in Terwispel over en trok vervolgens als voerkoopman langs de boeren. “Wy wienen as frije hannel goedkeaper omt wy net oan in koperaasje bûn wiene.”

Als snel breidden de activiteiten zich uit naar de strohandel. Daar lag de basis voor het loonwerk. Jonker senior kocht stro op stam en kwam er achter dat het aantrekkelijker was om het gekochte stro zelf te persen. “De leanwurker dy’t dat foar my die, perste oerdei syn eigen strie en ’s nachts myn strie. En dan krigest der al gau damp yn.” Er kwam een trekker en een pers. “En asto dochs in trekker hast, kin der ek in maaibalkje ûnder.” En zodoende ging Jonker ’s nachts maaien voor de boeren en zat hij overdag in de fourage.

Vrij lang combineerde Jonker zijn voerkoopmanschap met zijn loonwerkzaamheden. Totdat op een gegeven moment de schaalvergroting in de landbouw haar intrede deed in de zeventiger jaren. Er kwamen ligboxenstallen en er verrezen grote voersilo’s. Foeragehandelaren die wilden blijven bestaan, moesten overstappen op het grootschaliger bulkvervoer. Het was gebeurd met de zakjes biks en de koeiekoeken. Jonker besloot om zich volledig op het loonwerk te richten.

Die eerste periode als loonwerker staat Jan Jonker nog helder voor de geest. Hij maakte regelmatig mee dat hij bij de boer en zijn gezin kon aanschuiven voor de warme maaltijd. “Ien fan’e jonges dy’t foar my wurke, Chris Liemburg, wie der wol hiel betûft yn. As wy by in boer fan’e Janssen Stichting oan it wurk wienen, seach hy altyd efkes yn’e panne fan’e boerin. En as dat him befoel, sei hy: ‘Hjir kin ik wol ite.’ En hy kaam der altiten mei wei.”

Niet alleen rozegeur en maneschijn trouwens in die eerste periode. In januari van het jaar 1972 trof het noodlot Jan Jonker. Door een uitglijder raakte hij met zijn been en arm verstrikt in de draaiende aftak-as van een kraan. “Alle klean wiene my fan it liif skuort. Ik lei mei de bleate kont yn’e blubber mei allinich noch in sok oan.” Met een verbrijzelde knie, ontwrichte schouder, het vel van de rug, een kapotte neus en ander hoofdletsel werd Jonker meer dood dan levend afgevoerd naar het ziekenhuis. “Doe ha ik wol efkes op it rântsje lein.” Meer dan een jaar was Jonker uitgeschakeld. “Chris Liemburg hat de saak doe oan’e gong hâlden”.

Inmiddels was er ook het nodige nageslacht op de wereld gezet. Vier kinderen, waarvan de oudste, Sytze, al zeer jong grote affiniteit met het loonwerk liet zien. “Ik wist al op myn fiifde dat ik leanwurker wurde woe,” vertelt Sytze. Op zijn zevende hanteerde hij een lasapparaat. “Dat mocht net, mar alles wat net mei, is leuk.” En op zijn veertiende ging hij als volleerde loonwerker op pad bij de boeren langs. Door de oprukkende nieuwbouw werd het bedrijf in 1984 gedwongen haar vertrouwde plekje aan de vaart in te ruilen voor een ruimere locatie aan De Streek. Drie jaar later werd Sytze mede-firmant. Zeventien jaren lang runden de mannen het bedrijf gezamenlijk. “Wy hienen wol ris wat ferskillende ideëen. Ik woe faaks mear en heit woe meastal minder.” Sytze is de man van de ideëen. “Ik moat soms wolris tempere wurde. Dat die myn heit en gelokkich ha ik dêr ek Jetske foar.” Jetske is de echtgenote van Sytze.

De beide mannen geven grif toe dat het runnen van een loonbedrijf nooit zou kunnen zonder de steun van de echtgenotes. De vrouw in het loonbedrijf is de spin in het web. “Wy binne oerdei faaks op paad en dan binne sy de earste gesprekspartner. Sy krije soms ek wol ris wat oer harren hinne. Nee, ik soe my gjin rie witte sûnder Jetske,” aldus Sytze. “En dat wie froeger nog folle slimmer,”vult Jan aan. “Doe wiene der noch gjin mobyle tillefoans en kaam ik jûns thús en stûn it boek al wer fol”.

Beide mannen schrijven het bestaansrecht van het bedrijf verder toe aan het vermogen om in te spelen op veranderingen in de omgeving. “It boerewurk is in stilsteande merke. Dêr kin ik net tsjin. Ik moat útdagings ha,” vertelt Sytze. Bovendien heeft het boerenwerk, zoals het uitrijden van mest en het binnenhalen van de eerste snee, als bijkomend nadeel dat dit steeds meer in bepaalde piekperiodes plaatsvindt. Nieuwe markten, zoals het aannemen van grondwerk, maaien van bermen, hekkelen van de sloten van waterschappen, renoveren van sportterreinen, leidingwerk, strooien van fietspaden, en het slopen van panden werden door Jonker aangeboord. Inmiddels bestaat nog maar 40% van de werkzaamheden uit het boerenwerk. Zo verspreidt Jonker de risico’s en is hij niet alleen afhankelijk van de agrarische markt. “En sa bliuwe de jonges oan it wurk. Ik krij altyd in raar gefoel as ik allegeare jonges yn’e loads sjoch.” Jonker heeft elf mensen in vaste dienst, met daarnaast nog zo’n drie, vier losse contractanten.

Nog steeds is Sytze Jonker, in het dagelijks leven verdienstelijk survivalatleet én voor Opsterland Belang betrokken bij de ruimtelijke zaken in Opsterland, bezig met nieuwe uitdagingen. “Wy bin dwaande om in kompostearderij op te setten. Foar it bermmaaisel. En ik sjoch ek wol wer in poat yn’e ôffalindustry. It wurdt betelle brocht. Do makkest der wat fan en ferkeapest it wer.” Hoewel vader Jan drie jaar geleden officieel afscheid heeft genomen, is deze nog dagelijks op het bedrijf van zijn zoon aan te treffen. Tenminste, als hij niet op pad is voor zijn grote passie, de natuur. “Ik lei als lyts jonkje al op’e planke oer de sleat om te sjen wat der yn it wetter libbe.” Inmiddels heeft ook de derde generatie Jonker zich aangediend. “Jurjen wit noch net wat hy wol, mar foaral Jan Sytze, ús âldste, wol graach mei yn it bedriuw. Dy hie as jonkje soms de triennen yn’e eagen as der wer ris in âlde trekker fuort gong.”

Op 29 december viert Jonker haar 50-jarig bestaan met een open dag. En ’s avonds geeft burgemeester Heldoorn om acht uur het startsein voor een gezellig feestje, inclusief band.

Meer fotos Jonker 50 jaar